Aandachtspunten op basis van het bouwjaar van je woning.

Je komt jouw droomhuis tegen. Voordat je gaat kijken is het handig om te weten waar je op moet letten en wat je zou kunnen verwachten. Houdt er wel rekening mee, dat een bouwperiode veel verteld over het huis, maar dat er veel verbouwden aangepast kan zijn.

≤ 1920

Kenmerken / onderdelen Veel voorkomende gebreken
Gevels die gemetseld zijn uit hele bakstenen, zonder spouw. Vochtproblemen, zoals vochtdoorslag, condensatie van binnenuit en optrekkend vocht.
  Veel kieren en naden. Met name ter plaatse van de kozijnen en andere aansluitende delen.
  Scheefstand en scheurvorming.
Gemetselde woning scheidende wanden. Geluidsoverlast.
Houten lateien. Door de werking van hout, onder invloed van temperatuurswisselingen, die anders is dan omliggend metselwerk, kan er scheurvorming optreden.
  Houten lateien kunnen gaan rotten als er onvoldoende onderhoud gepleegd wordt.
Gemetselde rollagen die vaak ondersteund worden door kozijnen met dikke dragende stijlen. Gemetselde rollagen hebben een natuurlijke overspanning van maximaal 1 meter. Langere rollagen dienen ondersteund te worden. Bij oudere woningen gebeurd dit meestal door de onderliggende kozijnen. Deze kozijnen hebben een dragende functie. Vervangt men de kozijnen zonder extra hulpconstructies te plaatsen, dan ontstaan er scheuren in het metselwerk.
Houten funderingspalen (dit is gebiedsafhankelijk). Veelal gemaakt van grenen. Deze houtsoort is erg gevoelig voor aantasting van bacteriën en schimmels. Funderingsproblemen kunnen ontstaan.
Fundering op staal, soms op een ondiepe plaat. Bij funderingen op stalen platen, tref je in deze periode nogal een aan dat de aanlegdiepte onvoldoende is. Hierdoor kan scheefstand ontstaan. Ook kan er scheurvorming ontstaan.
Houten kozijnen. Houtrot.
Houten vloeren. Balkkoppen kunnen verrot zijn.
  Schimmelvorming.
  Aantasting door drooghoutboorders.
Olietank. Soms is er nog een olietank aanwezig. Laat deze saneren door een gecertificeerd bedrijf.
Buitenriolering van gres buizen. Lekkages en scheuren.
Waterleidingen. Aanwezigheid van loden leidingen.
Ontbreken van een centrale verwarming.  
Vaak hellende daken. Afschilferende, beschadigde oude dakpannen.
  Soms zijn er nog oude holle pannen toegepast. Deze sluiten slecht af. Lekkages en tocht kunnen het gevolg zijn.
Dakbeschot. Hout. Let op lekkages, schimmelvorming, houtrot en aantasting door drooghoutboorders.
Aanwezigheid van asbest.  

1930-1950

Kenmerken / onderdelen Veel voorkomende gebreken
Gevels die gemetseld zijn als spouwmuur. Dichtzetten van ventilatieopeningen, waardoor er vochtproblemen kunnen onstaan. Met name in de kruipruimte onstaan er vaak problemen.
  Vochtproblemen, zoals vochtdoorslag, condensatie van binnenuit en optrekkend vocht. Deze problemen ontstaan veelal na isolerende maatregelen.
  Veel kieren en naden. Met name ter plaatse van de kozijnen en andere aansluitende delen.
Voegwerk. Matige tot slechte kwaliteit.
Gemetselde woning scheidende wanden. Geluidsoverlast.
Lichte binnenwanden. Vaak uit spaanplaten. Ontbreken van isolatie, geluidsproblemen.
Houten lateien. Door de werking van hout, onder invloed van temperatuurswisselingen, die anders is dan omliggend metselwerk, kan er scheurvorming optreden.
  Houten lateien kunnen gaan rotten als er onvoldoende onderhoud gepleegd wordt.
Stalen lateien. Eind 40 begin 50 ging men stalen lateien toepassen. Deze zijn, net als houten lateien, gevoelig voor thermische werking.
  Stalen lateien kunnen gaan oxideren. De sterkte en het draagvermogen neemt af.
Betonnen lateien. Eind 40 begin 50 ging men ook betonnen lateien toepassen. Wees alert op van koudebrug problemen, zoals schimmelvorming.
  Houdt betonnen lateien in de gaten. Controleer op betonrot.
Gemetselde rollagen die vaak ondersteund worden door kozijnen met dikke dragende stijlen. Gemetselde rollagen hebben een natuurlijke overspanning van maximaal 1 meter. Langere rollagen dienen ondersteund te worden. Bij oudere woningen gebeurd dit meestal door de onderliggende kozijnen. Deze kozijnen hebben een dragende functie. Vervangt men de kozijnen zonder extra hulpconstructies te plaatsen, dan ontstaan er scheuren in het metselwerk.
  Vanaf de jaren 40-50 ging men meer gebruik maken van latei constructies in de woningbouw.
Houten funderingspalen (dit is gebiedsafhankelijk). Veelal gemaakt van naaldhout. Deze houtsoort is erg gevoelig voor aantasting van bacteriën en schimmels. Funderingsproblemen kunnen ontstaan.
Fundering op staal, soms op een ondiepe plaat. Bij funderingen op stalen platen, tref je in deze periode nogal een aan dat de aanlegdiepte onvoldoende is. Hierdoor kan scheefstand ontstaan. Ook kan er scheurvorming ontstaan.
Houten kozijnen. Houtrot.
Houten vloeren. Balkkoppen kunnen verrot zijn.
  Schimmelvorming.
  Aantasting door drooghoutboorders.
Olietank. Soms is er nog een olietank aanwezig. Laat deze saneren door een gecertificeerd bedrijf.
Buitenriolering van gres buizen. Lekkages en scheuren.
Waterleidingen. Aanwezigheid van loden leidingen.
Ontbreken van een centrale verwarming.  
Vaak hellende daken. Afschilferende, beschadigde oude dakpannen.
  Soms zijn er nog oude holle pannen toegepast. Deze sluiten slecht af. Lekkages en tocht kunnen het gevolg zijn.
Dakbeschot. Hout. Let op lekkages, schimmelvorming, houtrot en aantasting door drooghoutboorders.
Aanwezigheid van asbest.  
Elektra. Canvas bedrading. Deze kan vergaan zijn. Dit kan leiden tot kortsluiting en brand.

1960-1980

Kenmerken / onderdelen Veel voorkomende gebreken
Gevels die gemetseld zijn als spouwmuur. Dichtzetten van ventilatieopeningen, waardoor er vochtproblemen kunnen ontstaan. Met name in de kruipruimte ontstaan er vaak problemen.
  Vochtproblemen, zoals vochtdoorslag, condensatie van binnenuit en optrekkend vocht. Deze problemen ontstaan veelal na isolerende maatregelen.
  Houdt onkundig aangebrachte isolatie in de gaten.
  Veel kieren en naden. Met name ter plaatse van de kozijnen en andere aansluitende delen.
  Let op kierdichting. Alleen van binnenuit om houtrot in de kozijnen te voorkomen.
Massieve woning scheidende wanden. Geluidsoverlast.
Lichte binnenwanden. Vaak uit gipsplaten. Ontbreken van isolatie, geluidsproblemen.
Stalen lateien. Deze zijn gevoelig voor thermische werking. Scheurvorming kan ontstaan.
  Stalen lateien kunnen gaan oxideren. De sterkte en het draagvermogen neemt af.
Betonnen lateien. Wees alert op van koudebrug problemen, zoals schimmelvorming.
  Vaak aan de binnenzijde rechthoekige scheurvorming zichtbaar. Deze ontstaan door temperatuurverschillen in de constructie en de verschillende uitzettingscoëfficiënten tussen de aansluitende materialen.
  Houdt betonnen lateien in de gaten. Controleer op betonrot.
Houten funderingspalen (dit is gebiedsafhankelijk). Veelal gemaakt van naaldhout. Deze houtsoort is erg gevoelig voor aantasting van bacteriën en schimmels. Funderingsproblemen kunnen ontstaan.
Fundering op staal. Scheefstand en scheurvorming.
Houten kozijnen. Houtrot.
Stalen kozijnen. Koudebruggen. Verkleuren. Niet goed geplaatst in de gevel. Lekke dubbele beglazing (deze gaat ongeveer 40 jaar mee). Slijtage aan de rubberen beglazingsprofielen.
Kunststof kozijnen. Verkleuren. Niet goed geplaatst in de gevel. Lekke dubbele beglazing (deze gaat ongeveer 40 jaar mee). Slijtage aan de rubberen beglazingsprofielen.
Houten vloeren. Balkkoppen kunnen verrot zijn.
  Schimmelvorming.
  Aantasting door drooghoutboorders.
Steenachtige vloeren. Vochtproblemen.
  Betonrot.
  Doorgestorte vloeren tpv balkons; koudebruggen.
Olietank. Soms is er nog een olietank aanwezig. Laat deze saneren door een gecertificeerd bedrijf.
Buitenriolering van gres buizen. Lekkages en scheuren.
Waterleidingen. Aanwezigheid van loden leidingen.
Gaskachels. Koolmonoxide.
Centrale verwarming. Asbest beklede leidingen.
  Koolmonoxide bij open verbrandingstoestellen.
  Lekkages bij radiatoren.
Vaak hellende daken. Afschilferende, beschadigde oude dakpannen.
  Betonpannen, let op schade en mosgroei.
Dakbeschot. Hout. Let op lekkages, schimmelvorming, houtrot en aantasting door drooghoutboorders.
  Geïsoleerde sandwich panelen, onderzijde spaanplaat. Deze kunnen formaldehyde houdend zijn.
Platte daken. Dakbedekking van slechte kwaliteit (gescheurd bitumen onder invloed van UV; kleine scheuren worden ook groter door vocht (vorst)).
  Lekkages en eventuele vochtproblemen door inwendige condensatie.
Loodslabben. Te lang waardoor er scheuren kunnen ontstaan.
Aanwezigheid van asbest.  
Elektra. Bedrading kan verouderd zijn. Dit kan leiden tot kortsluiting en brand.

≥ 1980

Kenmerken / onderdelen Veel voorkomende gebreken
Gevels die gemetseld zijn als spouwmuur. Dichtzetten van ventilatieopeningen, waardoor er vochtproblemen kunnen ontstaan. Met name in de kruipruimte ontstaan er vaak problemen.
  Vochtproblemen, zoals vochtdoorslag, condensatie van binnenuit en optrekkend vocht. Deze problemen ontstaan veelal na isolerende maatregelen.
  Houdt onkundig aangebrachte isolatie in de gaten.
  Veel kieren en naden. Met name ter plaatse van de kozijnen en andere aansluitende delen.
  Let op kierdichting. Alleen van binnenuit om houtrot in de kozijnen te voorkomen.
Massieve woning scheidende wanden. Geluidsoverlast.
Lichte binnenwanden. Vaak uit gipsplaten. Ontbreken van isolatie, geluidsproblemen.
Stalen lateien. Deze zijn gevoelig voor thermische werking. Scheurvorming kan ontstaan.
  Stalen lateien kunnen gaan oxideren. De sterkte en het draagvermogen neemt af.
Betonnen lateien. Wees alert op van koudebrug problemen, zoals schimmelvorming.
  Vaak aan de binnenzijde rechthoekige scheurvorming zichtbaar. Deze ontstaan door temperatuurverschillen in de constructie en de verschillende uitzettingscoëfficiënten tussen de aansluitende materialen.
  Houdt betonnen lateien in de gaten. Controleer op betonrot.
Houten funderingspalen (dit is gebiedsafhankelijk). Veelal gemaakt van naaldhout. Deze houtsoort is erg gevoelig voor aantasting van bacteriën en schimmels. Funderingsproblemen kunnen ontstaan.
Fundering op staal. Scheefstand en scheurvorming.
Houten kozijnen. Houtrot.
Stalen kozijnen. Koudebruggen. Verkleuren. Niet goed geplaatst in de gevel. Lekke dubbele beglazing (deze gaat ongeveer 40 jaar mee). Slijtage aan de rubberen beglazingsprofielen.
Kunststof kozijnen. Verkleuren. Niet goed geplaatst in de gevel. Lekke dubbele beglazing (deze gaat ongeveer 40 jaar mee). Slijtage aan de rubberen beglazingsprofielen.
Houten vloeren. Balkkoppen kunnen verrot zijn.
  Schimmelvorming.
  Aantasting door drooghoutboorders.
Steenachtige vloeren. Vochtproblemen.
  Betonrot.
  Doorgestorte vloeren tpv balkons; koudebruggen.
Olietank. Soms is er nog een olietank aanwezig. Laat deze saneren door een gecertificeerd bedrijf.
Buitenriolering van gres buizen. Lekkages en scheuren.
Waterleidingen. Aanwezigheid van loden leidingen.
Gaskachels. Koolmonoxide.
Centrale verwarming. Asbest beklede leidingen.
  Koolmonoxide bij open verbrandingstoestellen.
  Lekkages bij radiatoren.
Vaak hellende daken. Afschilferende, beschadigde oude dakpannen.
  Betonpannen, let op schade en mosgroei.
Dakbeschot. Hout. Let op lekkages, schimmelvorming, houtrot en aantasting door drooghoutboorders.
  Geïsoleerde sandwich panelen, onderzijde spaanplaat. Deze kunnen formaldehyde houdend zijn.
Platte daken. Dakbedekking van slechte kwaliteit (gescheurd bitumen onder invloed van UV; kleine scheuren worden ook groter door vocht (vorst)).
  Lekkages en eventuele vochtproblemen door inwendige condensatie.
Loodslabben. Te lang waardoor er scheuren kunnen ontstaan.
Aanwezigheid van asbest.  
Elektra. Bedrading kan verouderd zijn. Dit kan leiden tot kortsluiting en brand.
   
Gevels die gemetseld zijn als spouwmuur. Dichtzetten van ventilatieopeningen, waardoor er vochtproblemen kunnen ontstaan. Met name in de kruipruimte ontstaan er vaak problemen.
  Vochtproblemen, zoals vochtdoorslag, condensatie van binnenuit en optrekkend vocht. Deze problemen ontstaan veelal na isolerende maatregelen.
  Houdt onkundig aangebrachte isolatie in de gaten.
  Veel kieren en naden. Met name ter plaatse van de kozijnen en andere aansluitende delen.
  Let op kierdichting. Alleen van binnenuit om houtrot in de kozijnen te voorkomen.
  Te weinig of slechte spouwankers toegepast.
Massieve woning scheidende wanden. Geluidsoverlast.
Ankerloze spouwmuren. Geluidsoverlast, als gevolg van wandcontactdozen.
Stalen lateien. Deze zijn gevoelig voor thermische werking. Scheurvorming kan ontstaan.
  Stalen lateien kunnen gaan oxideren. De sterkte en het draagvermogen neemt af.
Betonnen lateien. Wees alert op van koudebrug problemen, zoals schimmelvorming.
  Vaak aan de binnenzijde rechthoekige scheurvorming zichtbaar. Deze ontstaan door temperatuurverschillen in de constructie en de verschillende uitzettingscoëfficiënten tussen de aansluitende materialen.
Houten funderingspalen (dit is gebiedsafhankelijk). Veelal gemaakt van naaldhout. Deze houtsoort is erg gevoelig voor aantasting van bacteriën en schimmels. Funderingsproblemen kunnen ontstaan.
Betonnen funderingspalen. Weinig problemen.
Fundering op staal. Scheefstand en scheurvorming.
Houten kozijnen. Houtrot.
  In jaren 90 zelfs veel vurenhouten kozijnen. Deze rotten mogelijk sneller, met name tpv de verbindingen.
Aluminium kozijnen. Koudebruggen. Verkleuren. Niet goed geplaatst in de gevel. Lekke dubbele beglazing (deze gaat ongeveer 40 jaar mee). Slijtage aan de rubberen beglazingsprofielen.
Kunststof kozijnen. Verkleuren. Niet goed geplaatst in de gevel. Lekke dubbele beglazing (deze gaat ongeveer 40 jaar mee). Slijtage aan de rubberen beglazingsprofielen.
Steenachtige vloeren. Vochtproblemen.
  Betonrot.
  Doorgestorte vloeren tpv balkons; koudebruggen.
Buitenriolering van pvc buizen. Lekkages en scheuren.
Centrale verwarming. Koolmonoxide bij open verbrandingstoestellen.
  Lekkages bij radiatoren.
  Tyleen vloerverwarmingsbuizen. Deze kunnen gaan zweten en lekken.
Vaak hellende daken. Afschilferende, beschadigde oude dakpannen.
  Betonpannen, let op schade en mosgroei.
Dakbeschot. Hout. Let op lekkages, schimmelvorming, houtrot en aantasting door drooghoutboorders.
  Geïsoleerde sandwich panelen, onderzijde spaanplaat. Deze kunnen formaldehyde houdend zijn.
Platte daken. Dakbedekking van slechte kwaliteit (gescheurd bitumen onder invloed van UV; kleine scheuren worden ook groter door vocht (vorst)).
  Onvoldoende afschot, waardoor er water blijft staan.
  Lekkages en eventuele vochtproblemen door inwendige condensatie.
Loodslabben. Te lang waardoor er scheuren kunnen ontstaan.
  Bij verbouwingen niet goed door de spouw heen gezet, tegen het binnen spouwblad aan.
Aanwezigheid van asbest.  
Elektra. Bedrading kan verouderd zijn. Dit kan leiden tot kortsluiting en brand.